Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)
Op de voorgrond een glooiende oever, aan de overzijde een betonnen oeverbeschoeiing
Op de voorgrond een glooiende oever, aan de overzijde een betonnen oeverbeschoeiing

De zoetwaterbel in het duingebied kan in de toekomst de motor vormen achter verande­ringen in het achterland. De groeiende hoeveelheid zoet water maakt niet alleen de terug­keer van streekeigen unieke flora mogelijk, maar heeft ook een uiterst belangrijke strate­gische functie. In tijden van rampspoed, wanneer het zoete IJsselmeerwater door wat voor oorzaak dan ook niet bruikbaar is om drinkwater van te maken, biedt het Castricumse duin­gebied de mogelijkheid de Noord‐Hollandse bevolking toch van drinkwater te blijven voor­zien. De drinkwatermaatschappij PWN heeft namelijk bronnen aangelegd om deze voorraad drinkwater in tijd van nood te kunnen winnen. In het verleden is in de duinrand veel zand afgegraven. De Zanderij leverde het zand voor onder andere het talud van de spoorlijn en het duinmeer bij Bakkum het zand voor de robuuste op‐ en afritten naar het viaduct over het spoor tussen Bakkum en Limmen. Aangevoerd zand kan de opslagcapaciteit van water in de duinen weer doen toenemen. Het 'zandbankieren' (opspuiten van zand voor de kustverdedi­ging) is daar een voorbeeld van. De wind regelt het transport. Duinrellen kunnen het grond­waterniveau aan de duinzoom reguleren, zodat overlast door een te hoge grondwaterstand wordt voorkomen. Als de zoetwaterbel in het duinmassief is hersteld, kan het afstromende water zowel natuurgebieden alsook de vijvers in de woonwijken van Castricum van schoon duinwater voorzien. Zolang er vanaf mei/juni nog water vanuit het Alkmaardermeer, via de Schulpvaart, moet worden aangevoerd om droogte in de duinrandpolders te voorkomen, klinkt het bovenstaande wel erg optimistisch.

Bij hevige regenval staat niet meteen al het water voor de gemalen om weggepompt te wor­den. De transportsnelheid van overtollig water via het boezemsysteem op weg naar zee is aan grenzen gebonden en dat kan leiden tot wateroverlast. De kans op calamiteiten neemt af als de weg van het regenwater naar het gemaal via omwegen wordt verlengd en onderweg in waterbergingen opgevangen kan worden. De waterberging kan ook vergroot worden door de oevers van bestaande waterpartijen in de woonkernen glooiend te maken. Bovendien ontstaan zo luwe zones met water‐ en oeverplanten en leefgebieden voor allerlei dieren zoals vissen, slakken, waterkevers en libellen.

Een groot voordeel van glooiende oevers is ook de toegenomen veiligheid voor peuters. Zij vallen niet direct in diep water, maar hebben een kans terug te kruipen en hoogstens vuil en nat huiswaarts te keren. Zo kan ook op gemeenschapsgeld worden bespaard, want kostbaar onder­houdswerk en duur beschoei­ingmateriaal kunnen achter­wege blijven.

Door oevers van waterpartijen in de woonkernen van een accoladevorm te voorzien wordt de bergingscapaciteit vergroot en neemt de natuurwaarde toe.

Hoe krijgen we het romantische beeld terug van grazende koeien in weiden die niet eentonig groen zijn maar ieder seizoen een bont kleurenpallet laten zien door de diverse grassoorten en kruiden? Dit kan bereikt worden met het inzaaien van kruidenrijk graszaad en extensieve beweiding. Bovendien is het voordeel van extensieve boven intensieve beweiding het matige gebruik van meststoffen. Uitspoeling van voedingsstoffen naar het grond‐ of slootwater is dan veel minder, waardoor heldere sloten met zuurstofrijk water het landschap gaan sieren en koeien hieruit naar hartenlust kunnen drinken. Een peilbeheer met hoge waterstanden in de winter en uitzakkende peilen in de zomer ondersteunt op vele fronten kwalitatieve en kwantitatieve eigenschappen van het watersysteem. Een hoog winters waterpeil in de strandvlaktes geeft tegendruk aan de kwelstroom uit duinen en strandwallen. Hierdoor blijft meer water geborgen in de hoger liggende gebieden.

Een laag waterpeil in de zomer geeft extra kwel in de zomer, met als gevolg dat de hoeveelheid gebiedseigen water het jaar rond toeneemt. Het resultaat van het geheel is een sterk verminderde be­hoefte aan aangevoerd gebiedsvreemd boezemwater. Het hiervoor beschreven waterregiem wordt toegepast voor weidenatuurgebieden in de polders, zoals het Zeerijdts­dijkje en De Hooge Weide achter Bakkum. Tegengesteld zijn de waterpeilwensen bij agrarisch grondgebruik. Voor agrarisch grondgebruik is in de winter een laag waterpeil gewenst om het land te kunnen bewerken en in de zomer een hoog waterpeil om de gewassen goed te kunnen laten groeien.