Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)
Het regenwater zakt in de zandige bodem en stroomt langzaam naar de polders en naar de zee
Het regenwater zakt in de zandige bodem en stroomt langzaam naar de polders en naar de zee

Door westenwinden en overvloedig zand uit zee ontstonden nieuwe duinen die, in tegen­stelling tot de oude duinen, uitgroeiden tot grotere hoogte. Deze duinen zijn met veel moeite door mensenhanden vastgelegd en vormen tot op de dag van vandaag het huidige, prach­tige duinlandschap. Het massieve zandlichaam beschermt het achterliggende land niet al­leen tegen een verwoestende zee, maar biedt ook andere mogelijkheden. Het zandpakket neemt heel effectief regenwater op en houdt het ook vast. Zo ontstaat een zoetwaterbel die tot op grote diepte het zoute water naar beneden drukt. Ook sijpelt er schoon water vanaf de duinvoet langzaam naar de polders en naar de zee. Al dit opkwellende duinwater leidde in het verleden tot zeer moerassige omstandigheden in de duinzoom. Doordat het maaiveld, vanaf de binnenduinrand afloopt, zocht het water zich een weg naar beneden via natuurlijke duinbeken. Op de meeste plaatsen in de duinzoom is echter al lang geen sprake meer van een natuurlijke afwatering. Om natte voeten te voorkomen, wordt het water in de binnenduin­rand al van oudsher afgevoerd door middel van duinrellen. Dit zijn speciaal gegraven on­diepe watergangen met een zandige bodem. Door de hoge waterdruk in de duinen, kan het schone duinwater via duinrellen tot ver de lager gelegen polder instromen. Door afzandingen in de binnenduinrand werd het watervasthoudend vermogen van de duinen kleiner. Dit zorgde voor extra afstroom van duinwater.

Uit 'de kwal' stroomt voorgezuiverd water uit het IJsselmeer de infiltratiekanalen in
Uit 'de kwal' stroomt voorgezuiverd water uit het IJsselmeer de infiltratiekanalen in

Zoet water is onontbeerlijk voor menselijk en dierlijk leven. Door­dat in het verleden schoon en zoet duinwater voor drinkwater­winning aan de duinen onttrok­ken werd, werd de zoetwaterbel in de duinen steeds kleiner. De aanwezigheid van aan zoet wa­ter gebonden plant‐ en diersoor­ten kwam daardoor onder druk te staan. De unieke streekeigen flora en fauna verdwenen en ook de tuinders en de laatste duinboeren. Het probleem van verdroging trachtte men op te lossen door water uit de Rijn aan te voeren en in het duinmassief te laten infiltreren. Het water bleek echter veel voedselrijker dan het regenwater van voorheen. Grote zomen van brandnetels en andere duinvreemde ruigtesoorten groeiden langs de kaarsrechte infiltratie­kanalen. Sinds de drinkwatermaatschappij op een innovatief waterzuiveringssysteem is overgegaan wordt gebruik gemaakt van oppervlaktewater uit het IJsselmeer. Voorgezuiverd oppervlaktewater wordt via een pijpleiding naar de duinen getransporteerd en in de duinen geïnfil­treerd om bacteriën en virussen kwijt te raken. Na een korte verblijftijd wordt het water weer opge­pompt. Het infiltratiegebied is in de jaren negentig van de 20e eeuw natuurvriendelijker heringericht en een wandeling door dit landschap is nu een genoegen.

Sinds bij Nieuwegein vanuit de Rijn-Lek en bij Andijk uit het IJsselmeer infiltratiewater in de duinen wordt ingelaten is er een evenwicht ontstaan. Er wordt evenveel drinkwater gewon­nen, als er via infiltratie wordt toegevoegd. Slechts op beperkte schaal wordt nog grondwater uit de duinen opgepompt om installaties in werking te houden die bij calamiteiten drinkwater moeten kunnen leveren. Nu er nauwelijks nog duinwater voor de drinkwaterwinning uit de duinen wordt onttrokken, groeit de zoetwatervoorraad en zijn er weer natte duinvalleien. De originele flora en fauna krijgen weer kansen zich er opnieuw te vestigen. Het gestegen grondwater aan de duinzoom kan voor kruipruimten en kelders voor problemen zorgen. Daarom worden verwaarloosde duinrellen weer hersteld en gedempte duinrellen weer ontgraven om de waterstromen uit de duinen te kunnen reguleren. De hoeveelheid water in een duinrel wisselt per seizoen. In de winter en de lente stroomt er meer water doorheen vanwege de hoge grondwaterstand. In de zomer is de grondwaterstand een stuk lager en vallen sommige duinrellen volledig droog. Duinrellen zijn dus kenmerkend voor de binnen­duinrand en hebben een grote waarde voor de natuur. Het water is zoet, voedselarm en helder. Daardoor kunnen in en langs duinrellen bijzondere planten en dieren voorkomen.

Een ketting van natuurgebieden en de Schulpvaart als blauwe ader vormen met elkaar de Schoonwatervallei. KRW = project kaderrichtlijn water. Bijlage 3, Uitgangsnotitie Schoonwatervallei
Een ketting van natuurgebieden en de Schulpvaart als blauwe ader vormen met elkaar de Schoonwatervallei. KRW = project kaderrichtlijn water. Bijlage 3, Uitgangsnotitie Schoonwatervallei

Op enkele plaatsen zijn al voorzieningen getroffen om het schone duinwater naar het aan­grenzende poldergebied te leiden en te benutten voor natuurgebieden. Hetzelfde geldt voor het schone kwelwater, dat op verschillende plaatsen langs de duinen omhoog komt. Waar mogelijk wordt het schone duinwatersysteem gescheiden van het voedselrijkere watersy­steem in het agrarisch gebied. Een voorbeeld daarvan is het natuurgebied Zeerijdtsdijkje achter de duintjes bij Bakkum, als onderdeel van wat de Schoonwatervallei wordt genoemd. De theorie is echter mooier dan de praktijk, want ondanks dat PWN het duinwater zoveel mogelijk in de duinen vasthoudt, stroomt er in de zomer via kwel weinig water naar de polders.