Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)

Elke grondsoort heeft een eigen type water. We spreken dan van gebiedseigen water. Door ondergrondse waterstromen vanuit zee kunnen op bepaalde plaatsen brakke kwelplekken ontstaan. Ook kan zout water van de oude wadafzettingen in de ondergrond door het weg­pompen van de het zoete polderwater naar boven komen.

5.2.Slootjesdag
5.2.Slootjesdag

In de duinen is het water van nature voedselarm (oligotroof) en bovendien, in Castricum, kalkrijk. Op de strandwallen en in de binnenduinrand is het water kalkarmer, omdat veel kalk in de loop der eeuwen door het regenwater is uitgespoeld. In veengebieden is het water zuur. In goed bemeste gronden is het water voedselrijk (eutroof). Door in droge tijden boezemwater van het merengebied naar de droge gebieden te brengen, wordt er gebieds­vreemd water ingelaten. Omdat het boezemwater vaak veel uitgespoelde meststoffen bevat, spreken we wel van eutrofiëring.

Er is ook een direct menselijke factor die de kwaliteit van het oppervlakte water beïnvloedt. In veel woongebieden rond oude dorpskernen zijn prachtige waterpartijen aangelegd. De kwaliteit van dit water is veelal niet optimaal. Regenwaterafvoeren, die in het verleden aangesloten zijn op het rioleringssysteem, zorgen tijdens stortbuien voor aanvoer van zoveel water dat de kans bestaat dat het buizenstelsel de watertoevoer niet kan verwerken. Om te voorkomen dat het rioolwater via rioolputten in de straten en in de huizen door het toilet omhoog komt, zijn in het rioolstelsel overstorten aangebracht waardoor het teveel aan rioolwater op het oppervlaktewater (sloten, vaarten en kanalen) geloosd kan worden. Met doorspoeling van de vijvers met water uit de Schulpvaart wordt vervuild water uit de dorps­kern via de Hendriksloot afgevoerd.

Slootjesdag

Dankzij de inspanningen van gemeenten en waterschappen is de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeterd. Sloten en plas-sen zitten vol leven. Een sloot is feitelijk een klein ecosysteem. Dat systeem kan gemakkelijk worden verstoord. Daarom is goed waterbeheer van levensbelang. Dat geldt zowel voor de hoeveel-heid water als voor de waterkwaliteit. Elk jaar organiseert IVN Midden-Kennemerland (instituut voor natuureducatie en duur-zaamheid) in juni een Slootjesdag. Met het organiseren van de Slootjesdag wordt aandacht gegeven aan het leven in de sloot, de waarde van schoon oppervlaktewater en de investeringen van de overheid om het oppervlaktewater schoner te krijgen.

Gelukkig is verontreiniging van het polderwater met stedelijk afvalwater fors teruggedrongen door de ingebruikname van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ook wordt tegenwoordig riool­water opgevangen in ondergrondse bergbezinkbassins. Wanneer het riool bij hevige regen­val overbelast raakt, wordt het vuile water in het bergbezinkbassin opgevangen om het vuil daarin te laten bezinken. Pas als het bergbezinkbassin is volgelopen, zal het het water naar het oppervlaktewater overstorten. Dat water is dan relatief schoon omdat het meeste vuil naar de bodem is gezakt. Als de piekbelasting voorbij is, wordt het verontreinigde water met het slib teruggepompt in de riolering en alsnog naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie afge­voerd. Een experimentele methode is om met vuilfuiken het vuil bij riooloverstorten op te vangen. Gemeenten leggen steeds vaker gescheiden riolen aan. Regenwater gaat via een apart buizenstelsel naar de sloten en rioolwater via vuilwaterriolen naar de rioolwater­zuiveringsinstallaties. Met al deze voorzieningen wordt zo veel mogelijk voorkomen dat bij overbelasting van het riool vuil rioolwater in het oppervlaktewater terecht komt.