Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)
De westkant van Uitgeest laat zien dat bebouwingsranden niet lelijk hoeven te zijn
De westkant van Uitgeest laat zien dat bebouwingsranden niet lelijk hoeven te zijn

In de Noordzeezone vallen alle verticale elementen sterk op. De windmolens op zee zijn bij helder weer van verre zichtbaar. Om te beoordelen of en waar zeeparken moeten komen, behoren behalve het visuele aspect ook andere criteria meegewogen te worden. Bijvoor­beeld: wat zijn de effecten van deze parken op het zeeleven? Wat betekenen elektriciteits­kabels over de zeebodem? Welke elektromagnetische velden stralen ze uit en wat hebben die voor effect? Welke energie willen we in de toekomst? Wat is de economische levensduur van molens en moeten we plekken verder weg juist niet reserveren voor nog duurzamere energiewinning? Het feit dat ze in het zicht staan, confronteert ons met onze energiecon­sumptie. Als windmolens op zee de kust minder aantrekkelijk maken voor massatoerisme, heeft dit dan ook als gevolg dat de kans op meer kustbebouwing afneemt? Als windparken bijdragen aan biodiversiteit, waar aanwijzingen voor zijn, is het dan juist niet aantrekkelijk om ze op zichtafstand te hebben, of is er sprake van horizonvervuiling van wat wel een 'industri­eel hekwerk' wordt genoemd?

Om de volmaakte openheid van de Noordzee te kunnen beleven moeten eventuele toe-komstige windmolenparken of andersoortige voorzieningen niet dichter bij de kust wor-den gebouwd dan de huidige windmolens.

Ook vanuit het duingebied zijn hogere verticale elementen, zoals antennemasten en bebou­wing op het strandplateau al van verre zichtbaar.

Strandpaviljoens en strandhuisjes bepalen het strandbeeld van Castricum aan Zee in de zomer, maar de strandpaviljoens zijn tegenwoordig ook in de winter geopend. Vooral de uit­breiding van het aantal strandhuisjes staat haaks op de vrije ruimte die het strand vanouds kenmerkte. Het moet gezegd worden dat de vormgeving en bouwkwaliteit van de strand­bebouwing goed is.

Vroeger waren de strandwallen te herkennen aan de daarop liggende akkers en gespreide bebouwing. Die akkers zijn vrijwel geheel onder de toegenomen bebouwing verdwenen. Daardoor zijn strandwallen niet alleen te herkennen aan hoogopgaand groen en de toren­spitsen, maar ook aan de gesloten bebouwing. Zolang er uitsluitend op de strandwallen gebouwd wordt, blijven deze in het landschap herkenbaar.

Randen van de bebouwde gebieden zijn van betekenis voor de beeld‐ en belevingswaarde van het omringende buitengebied. Lelijke gebouwen (veelal gaat het om schuren) aan de bebouwingsranden en in het open gebied doen afbreuk aan de beleving van het landschap.

Het aanleggen van singelbeplanting rond lelijke bebouwing geeft het landschap een kwaliteitsimpuls. Met aanplant van gebiedseigen struweelzones zijn de overgangen tussen bebouwing en het landelijk gebied natuurlijker te maken.

Het Van der Valk hotel bij Akersloot, in relatie met de autosnelweg, is als een gegeven te beschouwen.

De westkant van Uitgeest laat zien dat volgebouwde bebouwingsranden niet lelijk hoeven te zijn. Architectuur en passend materiaalgebruik kunnen ook aan harde bebouwingsgrenzen landschappelijke kwaliteit geven. Van grote landschappelijke waarde is ook het uitzicht op de oostzijde van het dorp. Van cultuurhistorische waarde zijn de nog aanwezige korte vaarwe­gen vanaf de Westergeestervaart naar de vroeger aan de rand gelegen boerderijen.

Uitzicht vanuit het zuidoosten op Uitgeest met de Westergeestervaart
Uitzicht vanuit het zuidoosten op Uitgeest met de Westergeestervaart

Helaas kent Uitgeest aan de zuidzijde ook een bebouwingsrand langs de Tolvaart waarbij de erven grenzen tot aan de oever van deze historische waterloop. Door de individuele tuinen, met daartussen erfafscheidingen en een variatie aan aanlegsteigers is de oorspronkelijke oeverzone verloren gegaan en komt de bebouwingsrand rommelig over.

Voor de waardering van het landschap is niet alleen het zicht vanuit het buitengebied op de dorpsranden van belang, dat zijn ook de doorzichten vanuit de randbebouwing. Doorzichten zijn als het ware vensters waardoor het landelijk gebied beleefd kan worden, zoals vanaf de Westerweg en de Oosterzijweg in Limmen met alleen bebouwing aan de dorpskant en aan de strandvlakte kant hier en daar een boerderij met erfbeplanting. Hagen, niet hoger dan 100 cm, langs de wegen op de strandwallen en als perceelscheiding versterken het dorpskarak­ter van de woonkernen.