Akersloot, Noordermolen (EM)
Akersloot, Noordermolen (EM)

Standpunt van de maand

Grondgebonden veehouderij is een gewenste keuze. Voerproductie, mestbehoefte en mestproductie zijn afgestemd op de beschikbare grond en daarmee is de kringloop gesloten.

Dierwelzijn in de veehouderij
Dierwelzijn in de veehouderij

Het aantal melkveebedrijven is minder geworden, maar de huidige melkveebedrijven zijn wel groter en de melkproductie per koe is fors toegenomen. Daartegenover staat dat het areaal weidegronden door woningbouw, wegenaanleg, aanleg van bedrijventerreinen en omzetting van weidegronden naar natuurgronden veel kleiner is geworden. Nederland kwam met een mestoverschot te zitten omdat het grote aantal dieren niet in verhouding stond tot de beperkte hoeveelheid landbouwgrond. In EU-verband is afgesproken dat Nederland maximaal 172,9 miljoen kilo fosfaat mag produceren uit veeteelt, waarvan 84,9 miljoen door de melkveehouderij. Met het loslaten van de melkquota in april 2015 en de komst van meer melkkoeien was deze norm in 2016 met een rap tempo overschreden. De fosfaatproductie van de melkveestapel moest met 8,2 miljoen kilo omlaag.

Omgerekend komt dat neer op 200.000 koeien minder. Het verkleinen van de veestapel en het zelf verbouwen van veevoer zijn belangrijke stappen in de richting van het oplossen van het mestprobleem. De overheid stelde in 2017 een opkoopregeling voor koeien in, ook wel stoppersregeling genoemd. In februari 2019 melde het Centaal Bureau Statistiek dat tussen 1 januari 2017 en 31 december 2918 de boeren 190.000 minder melkkoeien hielden. Het aantal stuks jongvee daalde zelfs met een kwart oftewel 300.000 stuks.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is met 12 miljoen kilo gedaald tot 160.7 miljoen kilo. Ruim onder de 172,9 miljoen kilo die de Nederlandse boeren mogen uitstoten. Ook in de varkenssector en bij het vleespluimvee daalde de fosfaatproductie. Bij legkippen steeg die met 3 procent. Al met al is de agrarische sector in 2018 ruim onder de limiet voor fosfaatproductie gedoken. De stikstofafscheiding is ook gedaald, maar ligt met 506,1 miljoen kilo nog iets boven de gestelde grens.

Biologische boeren hadden het gevoel dat zij moesten opdraaien voor het mestprobleem dat zij niet hadden veroorzaakt. Voor hen is duurzaamheid en natuurlijk evenwicht belangrijker dan een intensieve bedrijfsvoering. Daarom wordt er geen gebruik gemaakt van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Zij hebben grondgebonden bedrijven, dat wil zeggen, dat zij de mest die hun koeien produceren op eigen grond kwijt kunnen. Toch vielen ook biologische bedrijven onder de reductieregeling, maar zij hoefden niet meer dieren in te leveren dan tot het niveau van 2 juli 2015.