Akersloot, Korenmolen De Oude Knegt (EM)
Akersloot, Korenmolen De Oude Knegt (EM)

Standpunt van de maand

Het streven is dat in 2020 liefst 80 procent van alle koeien vanaf het voorjaar tot in de herfst in de wei loopt. De weidepremies die zuivelondernemingen aan boeren geven die koeien in de wei laten lopen, zijn essentieel om weidegang in Nederland in de benen te houden.

Veel koeien in de wei, is dat in het belang van de mens, de koe of de natuur?
Veel koeien in de wei, is dat in het belang van de mens, de koe of de natuur?

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat landelijk het aandeel melkkoeien dat in de wei loopt in 2015 met 65 procent gelijk is gebleven. Volgens het CBS ligt het aandeel bedrijven met beweiding in Noord-Holland zelfs op 90 procent. Koeien in de wei, dat zien we graag, maar is dit in het belang van de mens, de koe of de natuur? Koeien in de wei leveren stikstof op in de atmosfeer. Dat levert stikstofneerslag op in natuurgebieden, waardoor er maatregelen genomen moeten worden. In een loop- en ligboxenstal worden deze uitlaatgassen afgevangen.

De Wageningen Universiteit en Research voorspelt echter de komende jaren een dalende trend in het aantal koeien in de wei. Bij toenemende bedrijfsgrootte met meer dan 250 koeien is weidegang lastiger in te passen in de bedrijfsvoering. De dieren verblijven veelal in een loop- en ligboxenstal met in het gunstige geval achter de boerderij een huiskavel voor een uitloopmogelijkheid naar buiten. Het gras op de verder gelegen weidepercelen wordt gemaaid en aan de koeien op stal gevoerd.

Door het gras te maaien is de grasopbrengst hoger omdat niets door vertreding en bevuiling verloren gaat. Er worden grassoorten ingezaaid die een grotere grasopbrengst opleveren. Dit wordt wel grasakkerbouw genoemd en brengt verschraling van de natuurwaarden met zich mee. De wintervoorraad gras wordt opgeslagen in grote ronde balen, stevig verpakt in plastic, of bewaard in langwerpige kuilen die worden afgedekt met plastic met daarop een laag zand of autobanden.

Het zal niet eenvoudig zijn, maar meer biodiversiteit en hogere landschappelijke kwaliteit kan alleen verkregen worden met schaalverkleining, dat wil zeggen, kleinere veestapel per bedrijf, meer kruidenrijke graslanden voor insecten en een gunstige grondwaterstand voor een gezonder bodemleven. Insecten en een gezond bodemleven zijn onmisbaar voor de weidevogelpopulatie. Wie zal de boer daarvoor betalen?