Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)
Droogtescheuren in kleigrond
Droogtescheuren in kleigrond

De neerslag van het wordingsproces, de gevolgen van overstromingen en verstuivingen, zijn aan de grondsoorten in de bodem terug te vinden. In het westen liggen de jonge duinen, die bestaan uit fijn, kalkrijk stuifzand. De oude duinen aan de binnenduinrand en strandwallen die dieper in het land liggen, zijn uit zand opgebouwd en worden ook wel geestgronden genoemd. Op het grovere strandzand ligt het fijnere opgestoven duinzand. Van oorsprong waren deze zandgronden kalkrijk, maar door de eeuwenlange uitspoeling door regenwater is veel kalk uit de toplaag verdwenen. Over het algemeen is het schrale grond; dat wil zeggen dat er weinig voedingsstoffen in zitten. Om deze hoge en droge gronden toch voor akkerland te kunnen gebruiken is bemesting noodzakelijk. Veel geestgronden zijn afgegraven. Dit had voor de boer het voordeel dat de teellaag dichter bij het grondwater kwam, maar ook dat de dieper gelegen lagen kalkrijker waren. Veel van deze gronden waren en zijn vooral in Noord‐ Bakkum nog voor bollenteelt in gebruik.

In de strandvlaktes liggen op het oude strandzand afwisselend restanten veen en jonge (middeleeuwse) klei. Klei is zeer voedselrijk en bevat talloze minera­len. Het nadeel van klei is echter dat het geen goede structuur heeft. Bij hevige regenbuien slaat de grond dicht en ontstaat plassenvorming. Bij droogte ontstaan harde kluiten en scheuren. Klei is een 'zware' grond­soort.

Veengebieden hebben in het verleden te maken gehad met overstromingen waardoor stuk­ken veen werden weggeslagen en kleiafzettingen zijn achtergebleven. Door ontginning, met als gevolg inklinking en bodemdaling, is er tijdens overstromingen ook klei op het veen terecht gekomen. Veen is organisch materiaal en een 'zure' grondsoort. Bij het ontwateren komen veel voedingstoffen vrij en gaat het veen veraarden.