Gekende landschappen rond de kernen Bakkum, Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Uitgeest

Gekende landschappen (header)

In 1829 kocht koning Willem I het duingebied achter Bakkum aan voor ontginnings­doeleinden. Het project werd geen succes. In 1903 verkocht prinses Von Wied, een klein­dochter van koning Willem I, landgoed Bakkum aan de provincie Noord‐Holland.

Het door de familie Gevers in de naamloze vennootschap Hollandsche Duinmaatschappij ondergebrachte duinbezit bij Castricum en Heemskerk werd in 1933 aan de provincie ver­kocht. Het woonhuis van het boerenbedrijf De Brabantse Landbouw bestaat nog. In beide ontginningsgebieden werden in de jaren dertig van de vorige eeuw veel percelen met bos beplant. De overgebleven vlakten zijn rond het einde van de 20e en begin 21e eeuw omge­zet in vochtige duingebieden.

Het weidegebied Zeeveld, het Krochtveld en een terreingedeelte bij De Brabantse Landbouw moeten als restanten van de ontginningsprojecten van koning Willem I en Jonkheer Gevers uit cultuurhistorisch oogpunt behouden blijven.

Het Noord‐Hollands Duinreservaat wordt beheerd door het PWN (Puur Water en Natuur, zoals het zichzelf kenschetst). Er wordt gestreefd naar een natuurlijker en vochtiger duin­milieu. In veel duingedeelten vindt extensieve begrazing plaats ten behoeve van natuur­beheer.

In de Strategienota 2017-2020 Recreatie en Toerisme van de gemeente Castricum staat dat recreatie en toerisme belangrijke pijlers zijn van de lokale economie. Castricum wordt een bloeiende toeristische gemeente genoemd die in en buiten het hoogseizoen een aantrek­kelijk aanbod heeft voor bezoekers.

In de Beheernota 2015-2025 heeft PWN zijn visie en beleidskeuzes voor natuur‐ en recreatiebeheer voor de komende tien jaar vastgelegd. Een groot deel van het natuurbeheer wordt uitgewerkt en aangestuurd vanuit Natura 2000-beheerplannen.

De recreatieve functie van het duingebied is groot. Het PWN tracht de recreatiedruk in de duinen te verminderen door de intensiteit van de duinrecreatie te zoneren. Parkeerterreinen, het Archeologiecentrum Huis van Hilde, horecavoorzieningen, watertappunten en speelvel­den dragen ertoe bij dat de meeste recreanten ervoor kiezen in de binnenduinrand te ver­blijven.

Rond 1970 bestond er vanaf de Papenberg nog een vrij uitzicht op het dorp Castricum. (Foto: W.J. de Koning, collectie Werkgroep Oud-Castricum)
Rond 1970 bestond er vanaf de Papenberg nog een vrij uitzicht op het dorp Castricum. (Foto: W.J. de Koning, collectie Werkgroep Oud-Castricum)

Al vanaf 2008 bepleit de stichting bij duinbeheerder PWN om het uitzicht vanaf de Papenberg te herstellen. Vroeger bood de Papenberg uitzicht over Castricum en wijde omgeving. Herkenbare punten waren de Grote Kerk van Alkmaar en de zeilboten op het Uitgeestermeer. Het uitzicht naar het westen is nog steeds vrij, maar de oostelijke duinhelling is in de loop van de tijd begroeid geraakt met bomen, waarvan de boomtoppen al vele jaren het uitzicht belemmeren. Zowel binnen de visie van de gemeente Castricum als de visie van PWN past het herstel van het uitzicht vanaf de Papenberg op het duinlandschap, het dorp Castricum en het polderlandschap.

Samen met het herstel van een duinrel bij Onderlangs staat de bouw van een uitkijktoren gepland voor september 2018. Het uitzichtpunt ligt in een Natura 2000-gebied. Maatregelen moeten betreding van de omgeving tegengaan. Daarom wordt het toegangspad vanaf het klimduin naar het uitzichtplateau afgesloten. Daarvoor in de plaats komt een trap langs de oostflank van de Papenberg, vanaf het pad Onderlangs.

Een uitzichttoren moet uitkomst bieden om weer vanaf de Papenberg te kunnen genieten van het uitzicht over Castricum.

In het middenduin is wel sprake van enige drukte, maar er vindt geen massarecreatie plaats. Het zijn vooral fietsers, wandelaars en paardrijders die van dit gebied gebruik maken. Een punt van aandacht is het gebruik van het duingebied door mountainbikers en racefietsers. Een goede regulatie moet ervoor zorgen dat deze activiteiten niet in conflict komen met de natuurdoelen en rustzoekende recreanten. Om de recreatiedruk in het duingebied te vermin­deren zijn al betere aansluitingen op een padennet in de polder gerealiseerd. Voorbeelden daarvan zijn de Maer‐ of Korendijk, de fietsverbinding tussen Castricum en Akersloot en de struinpaden in het natuurgebied Zeerijdtsdijkje.

De afleiding van de recreatiedruk in het duingebied naar het poldergebied mag niet ten koste gaan van waardevolle en kwetsbare natuur in het landelijk gebied buiten de duinen.

Het nollenlandschap in het gebied Koningsbosch bij Bakkum-Noord vormt een unieke over­gang van het duingebied naar de natuurontwikkelingsgebieden in de daarachter gelegen duinpolder. Onder de wegen langs de duinvoet zijn paddentunnels aangelegd, zoals onder de Heereweg en de Beverwijkerstraatweg. Ook duikers voor de duinrellen bieden voor dieren een mogelijkheid om te migreren. Open zones tussen de verspreide bebouwing langs deze wegen zijn belangrijke kleine natuurnetwerken en maken het gebied ook visueel aantrek­kelijk.

Het entreegebouw van Kennemer Duincamping Bakkum
Het entreegebouw van Kennemer Duincamping Bakkum

De Kennemer Duincampings hebben nog niets aan populariteit verloren. Wel hebben aan­passingen plaatsgevonden om de accommodaties ook in de toekomst aan de vraag te laten beantwoorden. Zo bestaan er verschillende kampeer‐ en logeeraccommodaties en is een betere landschappelijke inpassing nagestreefd. Als er behoefte aan is, lijkt niets de jaarrond-exploitatie in de weg te staan. De campingterreinen zijn toch al aan de natuur onttrokken, maar in de winter zijn de bomen kaal en komen campingaccomodaties wel erg in het zicht te liggen.

Camping Bakkum en het strand zijn voor het auto­verkeer bereikbaar via de Zeeweg. De landschap­pelijke inpassing van de Zeeweg is goed zolang ver­breding achterwege blijft. Voor de camping Gevers­duin hoeft het bestem­mingsverkeer niet ver het duin in.

Omdat de recreatiedruk toch al groot is, is verdere uitbreiding van verblijfsrecreatie in het duingebied niet gewenst. Alleen als voldaan wordt aan strikte voorwaarden, zoals land-schappelijke inpassing en/of natuurlijke draagkracht, kan de jaarrond openstelling van de twee campings een optie zijn.