Pont Akersloot (EM)
Pont Akersloot (EM)

(In augustus en september 2004 verschenen er in het Nieuwsblad voor Castricum een aantal artikelen waarin aandacht werd gevraagd voor het werk en het werkgebied van de Stichting)

In de Nota Ruimte, die minister Sybilla Dekker (VROM) op 27 april j.l. aan het parlement aanbood, gaat hoofdstuk 9.3 over nationale landschappen. Dat zijn "gebieden met internationaal zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied. Deze kwaliteiten moeten worden behouden, duurzaam beheerd en waar mogelijk versterkt." Het gebied gaat niet op slot want er zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, maar die mogen de kernkwaliteiten van het gebied niet aantasten, sterker nog, ze moeten deze kwaliteiten liefst versterken. En, zegt de minister: "Er is ruimte voor ten hoogste de natuurlijke bevolkingsgroei (migratiesaldo nul) en voor regionale en lokale bedrijvigheid."

In diezelfde Nota Ruimte is het gebied ten noorden van het Noordzeekanaal en ten zuiden van de lijn Alkmaar-Hoorn als nationaal landschap aangewezen. Provincie (verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor het nationaal landschap), gemeenten, hoogheemraadschap, agrarische verenigingen, natuurbeheerders en staatsbosbeheer werken samen om het oer-Hollandse landschap in ons gebied te behouden. Dat landschap wordt namelijk bedreigd en als er niet wordt ingegrepen dan zullen steeds meer boeren hun bedrijf moeten sluiten. Vanwege het hoge waterpeil en de slechte verkaveling hebben zij in ons gebied minder inkomsten per hectare dan boeren op andere plaatsen in het land. Samen met de boeren verdwijnt het landschap; het verrommelt, verruigt en verstedelijkt. We verliezen de openheid, de weilanden met sloten koeien, weidevogels en ...stilte... Dat willen we niet.

Al voordat er sprake was van aanwijzing als nationaal landschap werkten agrariërs en natuurbeheerders in ons gebied samen en dat is heel bijzonder, want jarenlang stonden ze door tegengestelde belangen tegenover elkaar. Gelukkig beseften ze op tijd dat ze elkaar nodig hebben om het landschap in stand te houden. In Den Haag verheugde de overheid zich ook over deze samenwerking en het resultaat is het nationaal landschap Laag Holland. De naam Laag Holland is gekozen omdat je bij die naam als vanzelf denkt aan de oer-Hollandse kwaliteiten van het gebied: laag, uitgestrekt, vlak, nat, open, weiden, sloten, molens, houten huizen, stolpboerderijen, Zuiderzeestadjes, droogmakerijen en nog veel meer.

Met de aanwijzing van Laag Holland alleen, ben je er natuurlijk niet. Er moeten plannen worden gemaakt en er moet voor worden gezorgd dat die ook echt worden uitgevoerd. Daarom is er een werkorganisatie van het nationaal landschap Laag Holland opgericht. Deze bestaat uit een stuurgroep, een bouwteam en een bedrijfsbureau. De werkorganisatie gaat zich onder meer richten op een betere financiële steun voor het beheer van natuur en landschap door boeren en natuurbeheerders. Het beleid is erop gericht om het vele geld dat nodig is om het beheer veilig te stellen (jaarlijks €12.000.000) via regionale, rijks- en Europese subsidies binnen te halen. Voorlopig hebben de veenweidegebieden voorrang binnen Laag Holland, dat natuurlijk ook andere gebieden kent, bijvoorbeeld de droogmakerijen. Daarvoor moeten nog plannen ontwikkeld worden.

Hoera, wij wonen in Laag Holland.