Blog Archives

Standpunt van de maand: januari 2023

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Geen verdere uitbreiding van verblijfsvoorzieningen op het strandplateau, dus ook niet in de vorm van hotels. Openheid, rust en natuur zijn belangrijke waarden.

Het strandplateau wordt wel de Kop van de Zeeweg genoemd. Hiervoor ontbreekt vooralsnog een visie op gebiedsontwikkeling met het oog op kwaliteitswinst voor recreatief aanbod, duurzaamheid, natuur en landschap. Doordat de gemeente op het strand de marktwerking zijn gang heeft laten gaan, en voor de strandpaviljoens verruiming van de exploitatie heeft toegestaan, is op het strandplateau de ondernemerspositie in het gedrang gekomen, met als gevolg verpaupering. Na een lange aanlooptijd vanaf 2010 is op het strandplateau, op de plek van Strand 10, een strandwinkel met logiesfunctie verrezen. Onder de naam Strandhotel Zoomers heeft deze accommodatie in 2020 haar deuren geopend. De nieuwbouw staat binnen hetzelfde bouwvlak als het oude gebouw, maar is wel een stuk hoger door de verdieping die erop gekomen is. Op de begane grond zijn vier kamers en acht op de verdieping. De bouwmaterialen die gebruikt zijn, zijn duurzaam en op de daken liggen 280 zonnepanelen. Het aan de overzijde gelegen voormalig restaurant Blinckers staat nog altijd leeg. Of de vage plannen om hier een hotel te vestigen concretere vormen zullen aannemen is een kwestie van afwachten. De ludieke beschildering van het paviljoen moet blijkbaar de verloedering maskeren. Verdere uitbreiding van de huidige verblijfsvoorzieningen op het strandplateau is niet gewenst, ook niet in de vorm van hotels. Openheid, rust en natuur zijn belangrijke waarden.

Het voormalige restaurant Blinckers, witgeverfd met zwarte strepen, valt nu meer op dan ooit

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: december 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Als er plannen gaan ontstaan over verbreding van de zone recreatiestrand moet dat gezocht worden in verkleining van de zone seizoenstrand. De zone natuurstrand moet onaangetast blijven.

Het Toekomstperspectief 2040 voor de Noord-Hollandse Noordzeekust en de Strandzonering 2025 zijn de provinciale uitwerking van het landelijke kustpact. In februari 2018 ondertekenden de provincie, de kustgemeenten, waterschappen, recreatiesector en natuur- en milieuorganisaties het kustconvenant waarin afspraken zijn gemaakt ter bescherming van de kust. De kustzone bestaat uit het strand, alle duingebieden en een strook landinwaarts waar het ruimtegebruik, economie en ecologie rechtstreeks onder invloed staan van de zee. Zoneringsafspraken moeten ervoor zorgen dat er een goede balans ontstaat tussen rust en reuring. In het Kustpact is vastgelegd waar de natuur met rust moet worden gelaten en waar ruimte is voor economische activiteiten. Er wordt een onderscheid gemaakt in drie typen stranden: recreatiestrand, seizoenstrand en natuurstrand. Alleen op het recreatiestrand zijn jaarrond paviljoens mogelijk. Recreatieve bebouwing op het strand wordt geconcentreerd in gebieden die al bebouwd of vergund zijn. Meer recreatieve bebouwing op het Castricumse strand is niet mogelijk. Op het natuurstrand is maximale ruimte voor natuur.

Voor het Castricumse strand is zonering van alle drie strandtypes van toepassing.

Wat in de toekomst de ontwikkelingen voor het strand ook zullen zijn, als er gezocht gaat worden naar mogelijkheden tot verbreding van het recreatiestrand, moet dit gezocht worden in verkleining van de zone seizoenstrand, dus met het inleveren van een aantal strandhuisjes. De zone natuurstrand moet onaangetast blijven.

 

 

Een lange reeks van strandhuisjes bij Castricum aan zee.

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: november 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Vanaf het strand is de bebouwing op het plateau niet zichtbaar en dat moet zo blijven. Wat de stichting betreft, is de maximale commerciële uitbating van het strand bereikt.

Castricum is naast Zandvoort (en Den Helder) de enige Noordzeekustplaats met een NS station. In het provinciale programma OV Knooppunten wordt zo’n station aan een aantrekkelijk recreatief landschap een ‘Buitenpoort’ genoemd. In het licht van toenemende verdichting en verstedelijking van de Metropoolregio Amsterdam zal station Castricum steeds belangrijker en drukker worden. De gemeente wil het strand maximaal verbinden met het station en daarbij inzetten op alternatief vervoer met onder andere verhuur van bakfietsen, e-bikes, elektrisch busvervoer (piekseizoen). Extra parkeerplaatsen aan of bij het strand horen daar niet bij.

De Noordzeekust is een gouden rand en het strand met de natuurlijke duinenrij is een parel van de gemeente Castricum. Uniek is dat vanaf het strand de bebouwing op het plateau niet zichtbaar is. Toch kan het strandbeeld niet tijdloos worden genoemd. Veranderingen in ons recreatiegedrag (van een ‘dagje naar het strand’ naar ‘dineren en feesten op het strand’) leiden tot meer verkeersbewegingen. Het seizoensgebonden gebruik van het strand verandert, de roep om jaarrond recreatievoorzieningen is in populaire badplaatsen groot.

Na verloop van tijd is op het Castricumse strand veel bebouwing bij gekomen. Lange rijen strandhuisjes (248), waarin door eigenaren wel mag worden geslapen, maar die niet aan derden mogen worden verhuurd. Vier paviljoens blijven het gehele jaar staan. Het in 2014 gevestigde strand- en watersportcentrum Sports at Sea, dat faciliteiten biedt voor alle (strand)watersporten, is van het seizoenstrand verplaatst naar het recreatiestrand en deelt de kavel met strandpaviljoen Deining. Daarmee heeft ook Sports at Sea een jaarrondvergunning. Voor Sports at Sea is op het strand en het water een sportzone ingesteld, die mogelijkheden biedt voor onder andere beachvoetbal, -volleybal of rugby en voor wind-, kitesurfen, catamaranzeilen of sportvissen. Kortom, het strand heeft in de economische en toeristische agenda van de gemeente Castricum een prominente rol gekregen.

Er is een maatschappelijke zorg dat het behoud van de waarden van de kust onder druk staat door toename van recreatie en bebouwing in de vorm van onder andere nog meer strandhuisjes. Wat de stichting betreft, is de maximale commerciële uitbating bereikt.

 

Castricum aan Zee moet ook in de toekomst een strand blijven met een natuurlijke uitstraling, dus zonder dat de bebouwing op het strandplateau zichtbaar is.

 

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: oktober 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Het landschap verdient een volwaardige plek in het omgevingsbeleid. En goede balans tussen economische groei en leefbaarheid is goed voor mens, plant en dier.

Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw is het Nederlandse landschap radicaal veranderd en het verandert nog steeds. Veel mensen maken zich zorgen over het verdwijnen van landschapselementen, openheid, vergezichten, bomen, vogels en insecten, én over alle nieuwe toevoegingen aan het landschap, zoals windmolens, zonneparken, distributiecentra en datacenters. Ook de voortgaande verstedelijking legt druk en claims op het landschap.

Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van belangen en functies, van landschapsbehoud versus landschapsontwikkeling. Om de grote ruimtelijke opgaven die voortvloeien uit het Klimaatakkoord, de voortgaande verstedelijking en de heroriëntatie van de landbouw te kunnen verwezenlijken is een ‘landschapsinclusief’ omgevingsbeleid nodig. De kwaliteit van het landschap verdient meer aandacht. Het landschap is immers een publiek goed en een publiek belang; het Nederlandse landschap is van iedereen. Landschapsinclusief omgevingsbeleid kan ervoor zorgen dat landschapskwaliteit volwaardig en expliciet meegewogen wordt bij de planning en uitvoering van projecten. Doelen voor energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergen ingrepen die op gebiedsniveau vaak goed zijn te combineren. Combineren van functies leidt tot meervoudig ruimtegebruik en daarmee tot ruimtebesparing en dat kan leiden tot een als mooier ervaren landschap. Naast de economische waarde en landschapskwaliteit is ook het behoud van erfgoed van belang.

Dit alles bepaalt het karakter, de identiteit van een gebied, waardoor het zich onderscheidt van andere gebieden. Van belang is dat er voortdurend gestreefd wordt naar een balans tussen economische groei en leefbaarheid, goed voor mens, plant en dier. Voor een gezonde leefomgeving is de aanwezigheid van natuur en biodiversiteit een voorwaarde.

 

 

De loodsen aan de dorpsrand van Limmen
vormen een voorbeeld van slechte
landschappelijke inpassing.

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: september 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Behoud van erfgoed is goed voor het historisch besef, de identiteit van een dorp, stad, streek of land en zeker ook voor het toerisme en de economie. Wat weg is, komt nooit meer terug.   

Cultuurhistorie vormt een brug tussen het verleden en het heden. De term ‘cultuurhistorie’ wordt gebruikt voor het totaal aan sporen van menselijke activiteiten, boven en onder de grond, in de stad en op het platteland. Erfgoed is overal om ons heen; opgeslagen in gebouwen, landschappen, archieven en zelfs in de bodem. Cultuurhistorische elementen en (infra)structuren (denk hierbij aan Limmen) zijn belangrijke aspecten van stad, dorp en landschap. Kerkgebouwen, vestingwerken, molens, boerderijen en hun landerijen, industriële complexen en andere gebouwen en ook landschappen geven dorpen, steden en ons land een gezicht. Zij zorgen ervoor dat bewoners zich door dit erfgoed met de geschiedenis verbonden voelen en zich met een stad, dorp of streek kunnen identificeren. Cultuurhistorisch erfgoed bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De fysieke vaardigheden van de boer en de economische omstandigheden bepaalden het aanzien ervan. Hierdoor zijn er regionale verschillen ontstaan die zo kenmerkend zijn voor Nederland. Menging van landbouw, natuur en landschap was vroeger vanzelfsprekend. Door veranderingen in de bedrijfsvoering is dit veranderd: landbouw en landschapselementen zijn functioneel steeds minder met elkaar verbonden. Globalisering en verregaande technische ontwikkelingen maken het landschap uniform en doen het verleden vervagen. Ruilverkavelingen in de vorige eeuw zijn hier voorbeelden van. Het verdwijnen van cultuurhistorische waarden is een onomkeerbaar proces; wat weg is, komt nooit meer terug en daarmee verliest het landschap steeds meer van zijn historische identiteit.

Cultuurhistorische waarden werden vroeger vooral gezien als een planologische sta-in-de-weg. De maatschappelijke belangstelling voor cultuurhistorie en landschap is echter sterk gegroeid. In het verlengde hiervan zijn de identiteit en het eigen karakter van de dagelijkse leefomgeving belangrijke onderwerpen geworden. Deze belangstelling heeft onder meer geleid tot een tweesporenbeleid: enerzijds behoud van waardevolle cultuurhistorische aspecten, anderzijds ontwikkelingsgericht omgaan met het erfgoed. In die visie dient het cultureel erfgoed niet op zichzelf beschouwd te worden, maar geïntegreerd te worden in beleidsvelden zoals economie, toerisme en recreatie, stedenbouw en cultuur. Zorgvuldige omgang en inpassing van het cultureel erfgoed is van belang vanwege de belevingswaarde voor de eigen inwoners, maar ook voor recreanten,  toeristen en economie.

 

Vangpijp van de eendenkooi bij Uitgeest.
De eendenkooi is een cultuurhistorisch monument.

 

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: augustus 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Natuurnetwerken, groot en klein, zijn belangrijk voor het voortbestaan van planten en dieren. De provincie moet er alles aan doen om samen met andere partijen het volledige natuurnetwerk in 2028 in Noord-Holland gerealiseerd te hebben.

De kwaliteit van de natuur staat onder grote druk door mestoverschotten, verdroging, versnippering en stikstofneerslag. Ook wordt het steeds drukker in de duinen. Dat zorgt voor verstoring van duinplanten en -dieren. Maar ook bezoekers ervaren minder rust en stilte. We komen ruimte tekort en de balans groeit scheef.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in ons hele land en biedt deels antwoord op deze problemen. Natuurnetwerken, groot en klein, zijn belangrijk voor het voortbestaan van planten en dieren. Natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn bieden dieren en planten meer kansen om soortgenoten te ontmoeten en meer ruimte om voedsel te zoeken. Het natuurnetwerk omvat een aantal grote bestaande natuurgebieden, natuurterreinen en landbouwgronden. Het overheidsstreven was erop gericht dat het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) in 2018 gerealiseerd zou zijn, maar met een terugtredende overheid en bezuinigingen is dat doel niet gehaald. Het voltooien van het Natuurnetwerk Nederland is een taak van de provincies geworden. De ambitie is dat dit uiterlijk in 2028 gerealiseerd zal zijn. Grote delen van het Natuurnetwerk Nederland zijn ook onderdeel van het Europese natuurnetwerk Natura 2000, waaronder het Noordhollands Duinreservaat. De natuur in Noord-Holland bestaat, op de grote natuurgebieden na, uit vele kleine losse snippers. Om hierin meer samenhang te krijgen, werkt de provincie Noord-Holland samen met waterschappen, gemeenten, Rijkswaterstaat, agrariërs, Nederlandse Spoorwegen, recreatieschappen en natuurbeschermingsorganisaties. Er zijn veel agrarische gronden tot natuurgebieden omgevormd en verbindingszones tot stand gebracht. Een voorbeeld daarvan is de aaneen geschakelde natuurgebieden van de Stichting De Hooge Weide in de Castricummerpolder.

Planten en dieren die van oudsher in de streek thuishoren, vormen een onderdeel van de regionale identiteit en daarmee een zeer belangrijk uitgangspunt voor landschapsontwikkeling. Het samenvoegen van al deze puzzelstukken, de zogeheten ontsnippering, was vooral in de afgelopen jaren de grote opgave, maar is nog niet voltooid.

 

Voormalige agrarische percelen in de Castriucmmerpolder die nu een aaneen geschakeld natuurgebied vormen en deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: juli 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

De uitstoot van stikstof moet omlaag. Niet alleen veehouders maar ook industrieën, verkeer en burgers moeten daaraan bijdragen.

In 2019 is de stikstofproblematiek volop in de belangstelling komen te staan. Op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) konden overheden toestemming geven voor activiteiten in de buurt van beschermde natuurgebieden, waarbij stikstof werd uitgestoten, bijvoorbeeld de aanleg van een weg. Gangbaar was om een voorschot te nemen op compensatie in de toekomst. In mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het PAS in strijd is met de Europese natuurbeschermingsregels. De regeling was veel te vrijblijvend waardoor het natuurgebieden niet voldoende bescherming bood. Het PAS kon daardoor niet langer als basis worden gebruikt om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Nu moet van tevoren worden aangetoond dat emissie en depositie met zekerheid afnemen of niet stijgen.

Aan de ene kant is stikstof een belangrijke bouwsteen van eiwitten, essentieel voor de voedselproductie. Tegelijkertijd kan een teveel aan stikstof schadelijk zijn voor de gezondheid (fijnstof) en het milieu (vermesting en verzuring). Brandnetels en grassen doen het er goed op, maar bij een overschot aan stikstof overwoekeren ze de kwetsbare natuur in van oorsprong voedselarme natuurgebieden, zoals de duinen, heide en hoogveen. Daarom moet de uitstoot van stikstof omlaag. Daar moeten boeren, industrieën, verkeer en burgers aan bijdragen.

Verdeling neerslag stikstof in Nederland naar sector in 2018. Bron: compendium leefomgeving/rapport-Remkes/agrimatie.nl

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: juni 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Door hydrologische en ecologische koppeling van natuurgebieden, herstel van duinrellen, herstel van cultuurhistorische elementen en het inschakelen van agrariërs moet het platteland weer meer vitaliteit krijgen.

Het grondgebied van de gemeenten Castricum en Uitgeest bestaat uit verschillende grondsoorten en het oppervlaktewater kent verschillende waterkwaliteiten. Achter de duinen ligt ogenschijnlijk vlak land, maar dit ‘vlakke land’ vertoont veel microreliëf. Kortom er bestaat een grote geodiversiteit. Dit alles leidt tot een gevarieerde flora en fauna. Elke combinatie van grondsoort, vochtigheid, watertype en helling trekt een eigen type plant aan. Op elk type plant komt weer een specifiek soort fauna af. Veel variatie in biotopen geeft dus veel variatie in flora en fauna. Door het in cultuur brengen van de natuurlijke landschappen is de variatie van flora en fauna veranderd. Een rijk gevarieerde moerasvegetatie moest bijvoorbeeld plaatsmaken voor een goed bemest grasland, waar nog maar een paar plantensoorten overheersen. Moerasvogels verdwenen en weidevogels kwamen daarvoor in de plaats. Het duingebied had door de grote variatie aan biotopen een zeer afwisselende flora en fauna. Het vastleggen van de duinen met helmgras, het aanplanten van de naaldbossen, het uitzetten van een konijnenpopulatie voor de jacht, het winnen van drinkwater en het later infiltreren van eutroof rivierwater hebben een grote verandering in de biotopen tot gevolg gehad. Eutroof is een ecologische term die aangeeft dat water rijk is aan voedingsstoffen, bijvoorbeeld nitraten en fosfaten.

De laatste decennia zijn meerdere organisaties en particulieren zich actief gaan inzetten voor het terugbrengen van de biodiversiteit in het Castricumse en Uitgeester buitengebied, zoals PWN, Landschap Noord-Holland (LNH), Staatsbosbeheer (SBB) en de Stichting De Hooge Weide. Zij stellen zich Castricum voor als een open ‘groene buffer’ tussen ‘Kaasstad en Staalstad’. Door hydrologische en ecologische koppeling van natuurgebieden, herstel van duinrellen, herstel van cultuurhistorische elementen en het inschakelen van agrariërs moet het het platteland meer vitaliteit krijgen.

 

Natuurgebied Zeerijdtsdijkje. Met overgang van droog naar vochtig verandert de vegetatie.

 

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: mei 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Weg met die tegels, klinkers en kunstgras in uw onderhoudsarme tuin. Maak de grond geschikt voor een bloemen/bijenmengsel en help zo mee de achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan.

Op verschillende manieren komen bijen in het nieuws, niet alleen landelijk maar ook plaatselijk worden oproepen gedaan om meer te doen aan de bescherming van deze belangrijke insecten. De provincie beheert kilometers aan bermen langs haar wegen en vaarwegen. Om de bermen optimaal te benutten, heeft de provincie richtlijnen opgesteld over de inrichting van deze groenstroken en het maaibeleid (niet alles in een keer maaien). De groenzones langs de provinciale infrastructuur bestaan uit meer dan 2000 hectare grond. Door een mix van grassen, kruiden, struiken en bomen zijn de bermen in Nederland namelijk een van de belangrijkste plekken voor insecten en vlinders om voedsel te vinden. Deze plekken moeten behouden worden.

Blijkens de in januari 2019 uitgegeven notitie ‘Biodiversiteit in parken en bermen’ wordt ook in de gemeente Castricum meer ruimte gegeven aan bijen en vlinders. Deze notitie heeft als doel kaders te geven voor een natuurlijk beheer van bermen en plantsoenen binnen de bebouwde kom van de gemeente. Het beheer kan vrij eenvoudig worden gerealiseerd door bijvoorbeeld ook hier een ander maaibeleid toe te passen. Sommige stroken gras moeten minder gemaaid worden, waardoor het gras er hoger zal groeien. Als bij de volgende maaibeurt het maaisel wordt afgevoerd, zal de grond steeds minder gras en steeds meer bloemen bevatten, die voor bijen voedsel betekenen. Zo eenvoudig is het ook weer niet. Er moet rekening gehouden worden met de diverse belangen, die inwoners hebben bij plantsoenen en bermen:

  • Kinderen spelen in parken
  • Honden worden uitgelaten
  • Bewoners kijken er op uit
  • Mensen genieten van het groen
  • Gevoel van veiligheid, dat mensen wel of niet hebben bij parken
  • Hemelwaterberging en irrigatie
  • Tegengaan van hittestress

In samenwerking met Bijzzzaak, een groep inwoners die zich sterk maakt voor een natuurlijke gemeente, ondersteunt de gemeente Castricum bewonersinitiatieven om in het openbaar groen bloemenweides aan te leggen. Weg met die tegels, klinkers en kunstgras in uw onderhoudsarme tuin. Maak de grond geschikt voor een bloemen/bijenmengsel en help zo mee de achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan. 

Bloemen zijn van levensbelang voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten.

 

 

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl


Standpunt van de maand: april 2022

Door de Stichting is de informatiebundel ‘Gekende landschappen’ tot stand gebracht. Deze informatiebundel kan geraadpleegd en gedownload worden vanaf de website. Maandelijks wordt uit deze bundel een standpunt gelicht met een toelichtende beschrijving. Lezers worden van harte uitgenodigd op onderstaand standpunt te reageren. Onderaan de rubriek wordt daarvoor de mogelijkheid geboden.

Het standpunt van de maand luidt: 

Ook boeren in de nabijheid van weidevogelkerngebieden kunnen bijdragen aan de verbetering van de weidevogelstand door het plas-dras houden van greppels. Hierdoor komt meer voedsel voor weidevogels beschikbaar.

Het grootste deel van het agrarisch natuurbeheer bestaat uit beheer voor weidevogels, zodat soorten als grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs voldoende voedsel, bescherming, nest- en voortplantingsgelegenheid kunnen vinden. Ondanks de inspanningen van agrariërs en forse investeringen door de provincie loopt de weidevogelpopulatie in veel gebieden nog steeds terug. Deze terugval heeft meerdere oorzaken, zoals intensivering van de landbouw, oprukkende bebouwing, klimaatverandering en predatie door onder andere vossen en verwilderde katten. Zonder extra maatregelen bestaat het gevaar dat de weidevogelpopulatie verder terugloopt en soorten zelfs kunnen verdwijnen. De provincie ondersteunt nu alleen nog de weidevogelbescherming in aangewezen weidevogelkerngebieden. Uit wetenschappelijk onderzoek en uit praktijkervaring is gebleken dat het inzetten op kerngebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland, met optimale condities voor weidevogels, zoals een hoog waterpeil, kruidenrijk grasland, het verwijderen van bomen en struiken en een latere maaidatum, een zinvolle manier van weidevogelbescherming is. Ook boeren in de nabijheid van weidevogelkerngebieden kunnen  bijdragen aan de verbetering van de weidevogelstand door het plas-dras houden van greppels.

Hierdoor komt meer voedsel voor weidevogels beschikbaar. In het voorjaar van 2019 was door de droogte de grond keihard waardoor oudervogels niet met de snavel de grond in konden om wormen en insecten te bemachtigen voor hun pullen. Een andere maatregel in het belang van de weidevogels is het aanbrengen van een vossenraster. Hierdoor neemt de roofdruk van vossen af.

De kievit broedt in grote open terreinen, meestal op (maïs)akkers en in weilanden.

 

secretariaat@alkmaardermeeromgeving.nl